Geert Woltjer, Analysis of Schubert's Winterreise

Wasserflut

Gedicht

-          Weer: warme traan, koude sneeuw

-          3e couplet: De vraag waar de sneeuw naar toe gaat.

-          De tranen gaan weer terug naar de geliefde.

Muziek

-          Toonsoort e mineur; na E majeur in Der Linderbaum.

-          Eerste couplet mineur, tweede majeur

-          Derde en vierde couplet herhaling van eerste en tweede couplet.

-          Piano partij doet weinig. Vooral beweging van de tranen. Drie tegen vier beweging.

-          Let op verschillende harmonisatie twee keer durstig ein das heisse Weh:

o        Eerste keer suggestie van de ellende, tweede keer meer de acceptatie.

o        Melodie van zanger:  eerst gewoon melodische toonladder van e klein naar boven, eindigend in de Weh waarin onbestemd lijkt te worden geëindigd. Dat blijkt echter uiteindelijk gewoon het begin te zijn van de terugweg van de melodische e toonladder.  Die gaat wat dwarrelend naar beneden.

o        Harmonie: eerste keer begin het in e klein, gaat naar dominant septiem op heisse, en gaat dan terug naar de tonica, maar dan groot en met de septiem erop. Maar dit is meer een voorhouding van het 7-akkoord, zonder richting. Lost vervolgens op naar de herhaling, in a klein, vierde trap in e, gaat naar e , dan naar vijfde trap, en uiteindelijk terug naar e klein. Een normale cadens dus.

o        Modulatie tussenspel. Begint gewoon in e klein, met dominant septiem in tweede helft maat. Dan in derde maat wordt in tweede tel een d toegevoegd en de e weggehaald, waardoor het een G- akkoord wordt. Vervolgens gaan we naar de vijfde trap ervan, waarmee de majeur toonsoort wordt bevestigd.

Het 7-accoord bij de eerste maat van de tweede strofe, wordt een dominant septiem (met dezelfde melodie!) en dan wordt alles helder en open in de majeur G.