Geert Woltjer, Analysis of Schubert's Winterreise

Lied 14. Im Dorfe

Tekst

-         Nachtsfeer geschetst, met slapende mensen en wakende honden in dorp

-         Twee verschillende werelden: de wandelaar en de dromende mensen in het dorp (of: de rest van de mensheid)

-         De eerste acht regels gaan over de dromende mensen. De laatste vier regels geven aan dat de wandelaar daar niet aan mee wil doen. Wees er echter van bewust dat de wandelaar hiervoor voortdurend zelf heeft zitten dromen. Hij is zich er echter van bewust dat hij droomt, en wil er dus niet aan mee doen.

-         Tweede regel is door Schubert veranderd van 'Die Menschen schnarchen in ihren Betten' naar 'Es Schlafen die Menschen in ihren Betten'. Dit suggereert een parallel in plaats van een contrast doordat nu met 'Es' wordt begonnen. Veranderen van schnarchen door Schlafen is waarschijnlijk voor de zingbaarheid.

Muziek

-         Lied staat in D, na een lied in Es ervoor. Geeft een schok (is in bariton versie verdwenen!). Heeft bovendien min of meer zelfde ligging, waardoor verschil extra opvalt.

-         12/8 maat. Mede om ingewikkelde ritmische structuur in gedicht op te vangen? Misschien om breedte van dorp weer te geven?

-         Inleiding: linkerhand geeft ratelende kettingen weer, de rechterhand de blaffende honden.

-         Zie het belang van stilte; het accent na elke blaffen maakt de stilte spanningsvol

-         Weinig samenhang tussen lijn van zanger en wat piano doet. Alleen maat 6-8, en vooral eind van het lied. (??) Symboliseert vervreemding van wandelaar van dorp.

-         De inzet van de zang is voordat de cadens van de piano is afgelopen. Hij is nog op de dominant, en lost pas in maat 7 op in de tonica. De kleine terts van de zanger (derde en vijfde toon van de drieklank in D) geeft een vervreemdend effect. Is zeker niet melodieus.

-         De septiemen in het stuk met de slapende mensen (maat 8-9), geeft goed de spanning weer in de tekst

-         Vanaf maat 12 opeens de triller hoog, en de akkoorden laag. Suggereert de droom waarover gesproken wordt.

-         De spong in de diepte in maat 8 van de piano geeft de schok weer van het bewustzijn dat de droom geen werkelijkheid is.

-         Vanaf maat 19 een totaal andere sfeer. Melodieuzer, de D blijft als belangrijke toon gehandhaafd, maar de harmonie wordt heel anders; geen D meer (?). Vergelijk het middendeel van Rückblick wat dit betreft.

-         Zie de beweging in maat 21 en maat 23; geeft een parallel, is de zwevende werkelijkheid.

-         In maat 26 komt alles weer terug in de realiteit, D majeur. Wordt heel duidelijk aangegeven door de Cis op de eerste tel in maat 26, essentieel als dominant in D.

-         Gaat vervolgens dwarrelend naar beneden en kom in een 7-accoord terecht in maat 29/30, hetgeen bij 'Belt' een dominant septiem wordt naar de tonica.

-         Maat 37: Akkoord onder 'was' lijkt einde van de blaffende honden; kort. Maar is begin van melodieus, harmonieus stuk; als een barokke cadens. Geeft wel plechtigheid.

-    Ich krijg accent in maat 38 doordat hoger en op D.