Analysis of Schubert's Schöne Müllerin by Geert Woltjer

Interpretatie lied 8, Rückblick

Gedicht

Twee niveaus van terugblik: direct van de wandeling, en herinnering aan liefde. Wederom veel natuurtafereeltjes.

1= Heden; branden in koude voor laatste keer (zie Gefror’ne Tränen, Erstarrung, Wasserflut)

2= Korte verleden, van wandeling

3= Lange herinnering; ontvangst door stad

4= Lange herinnering: Mädchenaugen

5= Als me dat in gedachten komt, dan zou ik nog een keer terug willen kijken, voor het huis. (sluit aan op Irrlicht; is een waanidee). Let op herhaling Möcht’

 

Muziek

-          Compositie heeft waarschijnlijk veel aandacht van Schubert gevergd (p 191).

-          Herinnering van paniek gedreven vlucht in inleiding: herhaling van links in rechterhand; snel crescendo en decrescendo. Constant geluid. Geen ruste totdat wordt gezongen over “Stille Stehn”. Spanning binnen eerste twee maten ontwikkelt ook doordat eerst een diatonische toonladder, dan chromatisch wordt gebruikt, uitmondend in slechts niet-geharmoniseerde d. Dat is overigens de dominant; het lied staat in g klein.

-          In maat na Haus gaat toonsoort opeens van g klein naar g groot. Het woord Haus geeft kennelijk weer associatie met verleden. Alles loopt dan veel geleidelijker en vriendelijker. Geen gekke accenten, lijn piano en zang tot op grote hoogte parallel. De twee cadensen zijn in dikkere akkoorden gezet; geeft warmte.

-          Die Zwei Mädgenaugem hebben min of meer dezelfde melodie als Lindenbäume blühten, maar in mineur, en met de onrust uit het eerste deel. Verder uitstap naar submediant (is B groot) geeft dis in melodie. Bij tussenspel naar nieuwe A-deel wordt dit de es, om weer naar g klein te komen.

-          In nieuwe A-deel wordt tweede helft naar G groot teruggevoerd. Hij lijkt weer even te dromen.

-          Slot van piano, als zang al stil staat, lijkt een soort gebed.