Analysis of Schubert's Schöne Müllerin by Geert Woltjer

Der Lindenbaum

Gedicht

-          Het zoeken naar sporen van de geliefde in Erstarrung brengt de wandelaar naar de herinnering en verlokking van het verleden en stabiliteit bij Der Lindenbaum.

-          Let erop: ALS riefen sie mir zu, dat wil zeggen bewustzijn dat het geen werkelijkheid is.

-          Ich wendete mich nicht: Hier is de cruciale beslissing om door te zwerven in plaats van terug te gaan naar de zekerheid. Overigens, zowel niet terug om de hoed te maken en niet naar de verlokkingen van de boom.

Muziek

-          P. 160. Verwantschap triolenfiguur met Erstarrung. Ook verwantschap in soort figuur.

-          P. 161. De tonale relatie tussen de liederen (verloren gegaan in bariton versie!) is magisch. Van c klein naar E groot. Suggereert verschuiving van de geest.

-          P. 161. Instrumentale inleiding kan gezien worden als een verhaal van wat er in de geest plaatsvindt.

o        Eerste maat ruisen van de wind in de boom (ik: is dat alleen herinnering eraan? Er zitten toch geen bladeren meer aan!) Het lijkt het begin van een onbewust herinneringsproces.

o        Tweede mate is onbepaald. Het zuchtmotief, naar dominant noot onbegeleid en zonder baas. Suggereert onbestemdheid, onduidelijkheid.

o        Dan herhaling van de wind een octaaf hoger, uitlopend in een beweging met chromatische bewegingen.

o        Eindigt in een cadens, waarbij vanaf halverwege maat 6 al vooruitgelopen wordt op “nen vor dem Tore”  bij inzet zang.

o        Ingebouwd ritardando daarbij.

o        Eindigt in een soort roep van de hoorn in de dominant, symbolisch voor verplaatsing(?).

o        In begeleiding eerste strofe is begeleiding in harmonie met zangpartij.

o        In maat 25 plotseling e mineur i.p.v. e groot.

o        In tegenstelling tot de eerste strofe, is hier begeleiding niet meer in harmonie met zang. Accent op tweede tel geeft onrust, evenals de rest van de beweging in de begeleiding.

o        Let op: bij naspel van couplet 2 is er een achtste noot rust, in tegenstelling tot na couplet 1. Dan wordt de wandelaar zich ervan bewust welke keuze hij moet maken in de storm.

o        Het begin van de storm lijkt even in C, maar gaat in de tweede maat duidelijk naar B, de dominant van E. C is dus alleen maar een uitgebreide voorhouding.

o        Echter: dan is de C voortdurend in de bas, terwijl in de rechterhand en later ook  in de zang, terwijl in de rechterhand daar voortdurend vanaf geweken wordt.

o        Dan lijkt de opgebouwde spanning zich te ontladen in B, maar de rechterhand vliegt daar weer vanaf. Chromatische bewegingen.

o        Aan het einde van het piano intermezzo komt dan eindelijk de storm tot rust in een cadens die eindigt in de dominant van E: B.

o        Herhaling van hoorn figuren.

o        Fermate erna.

o        In het laatste couplet van het gedicht lijken er enkele uren verstreken te zijn.

o        Accent in begeleiding zit op eerste tel; lijkt voortzetting van de reis te suggereren. Er is een beslissing gevallen na de twijfel.